DLC & Carpe noctem 1968 - In de nazomer van 2017 hielden we onze Kumpulan ten huize van Heleen en Erik Koster in Lage Zwaluwe. We bespraken, dat het volgend jaar...

50 jaar geleden zou zijn, dat we ons als klooien van het Deventer Landbouw Corps hadden aangemeld en dat onze vriendschap dus al 50 jaar stand heeft gehouden. Dat moest worden gevierd!

Op 27 september 2018 was het zover. Om 12.00 uur verzamelen in de zonnige tuin van Hotel ”Huis Vermeer” aan het Grote Kerkhof in Deventer. Daar bleek het voltallige gezelschap aanwezig te zijn. Erik Koster uit Tanzania, Frans van Eysinga uit Frankrijk (die overigens 49 jaar geleden aankwam), Dolf Metzelaar uit Engeland en verder Gerrit van de Klashorst, Frits Boerwinkel, Arthur van der Leij en Wolter Nijboer, die sowieso al in Nederland waren. Henry Wientjes kon er helaas niet bij zijn.

Vanwege het prachtige weer bespraken wij de laatste nieuwtjes tijdens de lunch in de tuin. Frans en Frits waren de enigen, die hun klooienmutsen hadden weten te vinden. Enkelen hadden wel hun corps-pet, Ardjoena en corpsdas meegenomen. Na de lunch gingen de pensionado’s naar het Schooltje.

 

RDLV - DLC & Carpe Noctem 1968Het bleek, dat het Schooltje, thans bekend staand als Nieuw Larenstein, aan een uitgebreide renovatie wordt onderworpen. Het doel is het hele gebouw in een appartementencomplex te veranderen en dat deze rond de jaarwisseling gereed zou moeten zijn. Wij troffen de beeldhouwer, Jilles Waagmeester die was ingehuurd om krakers te verhinderen bezit te nemen van het gebouw. Hij meldde, dat hij zijn atelier moest ontruimen vanwege de vernieuwbouw. Hoewel wij geen connaisseurs zijn, nemen wij ons voor om zoveel mogelijk van zijn kunst af te nemen, WANT geheel zonder reden en vergoeding gaf hij voor ieder van ons een exemplaar van het gedenkboek “Back to the Roots” uit 2006, 94 jaar Landbouwonderwijs in Deventer, mee. Het had een editie van de OP kunnen zijn. Ontroerende foto’s uit een roemrucht verleden. Zelfs het werken in de tuin, gefotografeerd in 1932, op p.27, stond ons als sfeerbeeld nog helder op het netvlies, zoals wij het ons ook herinnerden!

 

 

We plukten een Deventer meisje van de straat en “bestormden” de trappen van de voordeur voor een foto shoot.
Zo kregen wij toch nog een gedenkwaardige kiek van onze dag.

 

Maar helaas werd ons de toegang tot het terrein en gebouw ontzegd, als zou het te gevaarlijk zijn voor burgers… (Landbouwers?). Daardoor hebben wij genoegen moeten nemen met een stille omgang rond het hek. Wij waren niet onder de indruk van de vorderingen. 

Teleurgesteld zagen wij, dat het hek van de voorpoort met een ketting afgesloten was. Het arendsoog van Wolter bemerkte, dat de poort wel geopend kon worden. 

 

Op naar de locatie van de oude sociëteit aan de Pikeursbaan. Hoewel ons gebouw destijds de schoonheidsprijs niet gehaald zou hebben, denken wij dat het kantoorgebouw, dat nu op die plek staat zich daarvoor ook niet kwalificeert!

 

Snel via het Bergkwartier naar Brink nr.10, ons voormalige sociëteitsgebouw. Het gebouw zag er ouder uit dan 1640 AD. Het goede nieuws was, dat het Landbouwertje er nog stond. D.w.z. de tweede editie. De eerste schijnt i.p.v. de baby’s in de IJssel te zijn gegooid. Het aanpalend terras lag lonkend in de zon, maar we moesten verder. We worstelden ons door het eenrichting verkeer van de binnenstad en langs de IJssel ging het naar Kleine Poot 20, Carpe Noctem. Behalve de deur, was er weinig van ons adres te zien.

Gelukkig was er de buurvrouw, Martine. Het bleek de dochter te zijn van de heer Noorman, onze geologie docent van weleer. Zij was zo vriendelijk om ons toegang te geven tot het pand. De entree was onveranderd, ook doordat de tegeltjesvloer uit 1700(?) er nog precies zo lag. De bar was uit de kelder gesloopt, maar Martine vertelde ons dat de kelder een deel was geweest van een ondergronds tracé van de bisschop van Utrecht, die zo ongezien van het Geert Grote huis, zijn residentie, naar de kerk kon komen. Nooit geweten, maar wij waren er ook voor tropische landbouw, toch?

De beneden verdieping was door het samentrekken met het atelier van MN interieur onherkenbaar. Dus, Frans’ kamer bestond niet meer. De trap op, waar de kamers van Erik, Frits en Wolter nog herkenbaar waren. Op de zolderverdieping was Henry’s kamer nog in takt.

Na Martine uitgebreid bedankt te hebben werden wij door de professionele stuurmanskunst van Wolter veilig naar de Worp vervoerd. Onderwijl werden enkele liederen uit de bundel met luider stemme ten gehore gebracht. Zo bereikten wij het IJssel hotel waar wij de toestand van de wereld bespraken en dachten we aan weleer met een prachtig uitzicht over de IJssel, naar Lebuïnus en omgeving. Hongerig geworden hebben we ons in burger gehesen in huize Vermeer en hebben we ons gemeld bij het enige authentieke Indonesische eethuis van heel Deventer en ommelanden, Bumbu Bali. Door de kenners onder ons beoordeeld als de beste rijsttafel sinds jaren. Ook de bediening was begrijpend en aller charmantst.

Daarna was het tijd om de benen te strekken en het oude etablissement van Thea te bezoeken, het Arsenaal. Daar werden we ontvangen door de eigenaar, die ons trots vertelde dat het Arsenaal 24 jaar bestond. Zonder belerend te zijn hebben de toenmalige barkeepers, Erik, Frits en Frans delen van de geschiedenis van het huis uitgelegd en dat zij daar in 1971 al biertjes tapten voor Arsenaal-gasten.
Zo werd het dan toch een wijze les.

 

Voldaan keerden wij terug naar ons hotel, waar wij in de tuin nog een paar glaasjes dronken. De tropensfeer werd er gerealiseerd door verwarmingselementen in de parasol.

Bij het ontbijt, de volgende morgen om 08.30 uur bleek, dat wij niemand verloren waren.

Na een uitstekend ontbijt bespraken wij ditmaal de Afrikaanse wereld. Maar vooral de volgende Kumpulan en wel de West-Afrikaanse, die eind november in Ghana zal worden gehouden. Nadat een ieder plechtig beloofd had al dat gene te doen om daar aanwezig te kunnen zijn, eindigden wij ons verblijf in Deventer met een wandeling door de roemruchte Noordenbergstraat en IJsselstraat en een laatste blik op de IJssel, waarna ieder zijns weegs ging!

Slamat!

Arthur van der Leij (’68), Wolter Nijboer (’68)